Persconferentie Rutte 6 mei 2020: wat doet hij toch precies?

Gisterenavond om 19.00 uur zat een groot deel van Nederland voor de buis. De persconferentie van premier Rutte en minister De Jonge. De persconferentie start met een monoloog van beide heren waarin zij het een en ander toelichten, waarna de verschillende journalisten de mogelijkheid krijgen vragen te stellen.

Wij hebben ons vooral beperkt tot het tweede gedeelte (vraag & antwoord).

Als communicatietrainers hebben wij eerst gelet op de vragen die de diverse journalisten hebben gesteld. Daarbij was het geen verrassing dat het merendeel van de vragen (wanneer je het puur technisch bekijkt) niet tot de open categorie behoort. Zo worden er veel gesloten vragen gesteld (kunnen we zeggen dat Nederland uit de intelligente lockdown gaat?) en vragen die al vrij sturend beginnen (maar hadden we dat niet al eerder moeten doen?). Er worden vragen gesteld die bijna retorisch van aard zijn (mondkapjes in het openbaar vervoer zijn vanaf 1 juni verplicht, wordt daar ook op gehandhaafd?) en meerdere vragen tegelijkertijd (kunt u daar iets over vertellen?, mogen we het vliegtuig weer pakken?, hoe zit dat?).

Maar ook hier zie je (zoals dat bij talkshows ook vaak het geval is), wanneer mensen bereid zijn informatie te geven dan maakt het niet zo veel uit wat de kwaliteit van de vraag is. De informatie wordt toch wel gegeven.

Gevoelsmatig heeft de boodschap van Rutte meer impact dan die van De Jonge. Dat ligt niet aan de welsprekendheid want beide heren scoren daar uitstekend op. Het heeft ook niet te maken met non-verbale uitingen, want er is toch weinig aan te merken op de uitstraling van beide politici. Chapeau! Want na zoveel maanden roofbouw plegen op jezelf (tenminste, die aanname lijkt gerechtvaardigd), ogen ze fris en energiek. Zou het dan toch te maken hebben met iets anders?

Wanneer je de antwoorden van De Jonge bekijkt, dan geeft hij keurige politieke antwoorden. Hij beschrijft processen, de zorgen die hij heeft en de argumenten die het uitgangspunt vormden voor de versoepeling van de maatregelen. Rutte doet in feite hetzelfde. Maar Rutte voegt regelmatig iets toe over zichzelf. Het zijn toevoegingen die het gevoel geven dat hij niet enkel de premier en politicus is, maar ook een burger die onderdeel is van ‘de normale’ samenleving.  Uitspraken als: ‘in mijn supermarkt zie ik dat het veel beter gaat’. Ten aanzien van sportscholen: ‘persoonlijk baal ik er ook zeer van want u weet: wij met het kabinet sporten ook graag een paar keer per week. Dat is nou een punt wat ik heb, maar goed. Dat mag verder niet meespelen’. Of: ‘ik heb het zelf ook een paar keer meegemaakt, dat je met je winkelwagentje even in de rij staat’. Ten aanzien van de kerkdienst: ‘ik moet hier, zelf gelovige zijnde, een ongemakkelijk punt neerleggen’. Het zijn toevoegingen die Rutte tot ‘een van ons’ maakt.

Daarnaast is nog iets opgevallen tijdens de persconferentie. Rutte heeft in totaal 27 vragen gekregen en De Jonge totaal 12. Rutte heeft 3435 woorden nodig gehad om de vragen te beantwoorden. De Jonge maakte gebruik van 2972 woorden. Als je dit omrekent heeft Rutte gemiddeld 127 woorden nodig gehad om de vraag te beantwoorden en De Jonge had 248 woorden nodig (bijna het dubbele!). Nu kan het zo zijn dat Rutte relatief veel makkelijke vragen kreeg, maar dat valt te betwijfelen. Ook hier geldt: hoe korter en krachtiger de boodschap, des te groter is de impact.

Tot slot: de transcriptie (de letterlijke weergave van hetgeen is gezegd) van alle persconferenties staat een dag later op internet. Mocht je belangstelling hebben voor deze specifieke persconferentie:

https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/mark-rutte/documenten/mediateksten/2020/05/06/letterlijke-tekst-persconferentie-minister-president-rutte-en-minister-de-jonge-na-afloop-van-crisisberaad-kabinet